Licht en kleur
video

Licht en kleur

116

In deze uitleg-video van docent Meneer Wietsma komen alle begrippen uit paragraaf 1.1 aan bod.

Meneer Wietsma legt in dit filmpje op een rustige en duidelijke manier het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen uit. Daarna volgt een uitleg over het kleurenspectrum, primaire kleuren en hoe je ziet welke kleur een voorwerp heeft. Meneer Wietsma ondersteunt zijn verhaal met plaatjes, foto’s en tekeningen. Zijn filmpjes worden gekenmerkt door zijn rustige manier van praten en duidelijke uitleg.

Leerdoelen:

1) Je noemt voorbeelden van natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.

2) Je beschrijft dat als licht op een prisma valt, het wordt gebroken in het spectrum van wit licht.

3) Je beschrijft welke kleuren worden gemaakt door het mengen van bepaalde primaire lichtkleuren.

4) Je legt uit hoe je ziet welke kleur een voorwerp heeft.

Begrippen:

regenboog – kleurenspectrum – lichtbron – weerkaatsen – absorberen – kleuren mengen – licht – verf – kleuren zien

Vragen aan de klas:

- Wat is het verschil tussen een natuurlijke en kunstmatige lichtbron?

- Waaruit bestaat (wit)licht?

- Welke primaire kleuren zijn er?

- Wat is het verschil tussen deze kleuren en de primaire verfkleuren?

- Welke kleuren krijg je na het mengen van de primaire kleuren?

- Wat gebeurt er als je oranje licht op een groene boom schijnt?

- Wat gebeurt er als je wit licht op een zwart vlak schijnt?

Varieer een keer!

Lestip 1: Pas de opgedane kennis meteen toe!

Ga aan de slag met lampen en filters. Dim alle lichten en demonstreer wat er gebeurt zodra je met een oranje of groene lamp op iets schijnt. Vraag van tevoren aan de leerlingen wat zij denken dat er zal gebeuren met een bepaalde kleur.

Lestip 2: Winnen door experimenteren.

Het spelelement in deze werkvorm kan jouw leerlingen motiveren om fanatiek aan de slag te gaan met het toepassen van kennis.

Bedenk zelf van tevoren een aantal opstellingen van lampen en prisma’s (en de bijbehorende resultaten). Leerlingen proberen dit zo snel mogelijk na te maken. Wat is het resultaat van de opstellingen? Is dit wat ze hadden verwacht?

  1. Tip: neem voldoende tijd voor reflectie. Wat hebben leerlingen geleerd en wat willen ze nog leren? Zo voorkom je dat deze werkvorm slechts een leuk spel wordt.